Begijnhof Congregatie St-Ursela.

Uit de collectie, J.D.

 

Aanwezigheidspenning Brugs Begijnhof, Congregatie Sint-Ursela.

 

Materiaal: Tin.

Diameter: Ø 88 mm.

Massa: 101,8 gram.

Aanmaakplaats: z.pl. Brugge.

Datering: 1727.

 

Voorzijde: Binnen een opstaande boord.

Het omschrift tussen twee gladde cirkels.

DE VERGAED VANDE H: M: ENDE M: VRSULA . 1727 .

Centraal op het veld.

Een Engelse Tudor-roos.

Omsloten met twee palmen, 

onderaan dichtgemaakt met een lint.

 

Keerzijde: Binnen een opstaande boord.

Het omschrift tussen twee gladde cirkels.

TOT MEERDERE GLORIE GODS 1727

Centraal op het veld.

Een Engelse Tudor-roos.

Omsloten met twee palmen, 

onderaan dichtgemaakt met een lint.

 

Lit.: De Schodt, pag.128-130 afb.116; Minard-Van Hoorebeke, pag.126 nr.249.

 

De penning werd overhandigd aan ieder lid, die deelnam aan de vergadering van de Heilige Urula.

Bij het overlijden van een van de leden, kon deze exclusieve penning worden omgeruild worden tegen een grote taart.

 

 


 

Zwartzusters van Bethel.

Bodemvondst Philippe Legrand.

 

Zwartzusters/Grauwzusters

Penning voor lijnwaad en dekens ?

Juiste functie/datering/plaats van deze penning is onbekend.


Materiaal: Lood/tin legering.
Massa: Onbekend.
Diameter: Ø 19 mm.
Aanmaakplaats: z.pl. (Brugge ?)
Datering: z.j. Ca. 1570


Voorzijde: Binnen een dubbele gladde buitencirkel.
Een staande H. Laurentius van Rome met attributen.
In het linkerhand, een rooster. 
De verwijzing naar zijn foltering, door hem op een rooster boven het vuur te houden.
In de rechterhand een heilig boek.
De verwijzing naar de patroonheilige van de bibliothecarissen.
Ter weerszijden van de heilige de gotische letters L / n

(Heilige) Laurentius

 

Keerzijde: Binnen een dubbele gladde buitencirkel.
De grote gotische letters L k (?)
(Laurentius kapel ?)
Ter weerszijden van de gotische letters L / O


Lit.: Edw. Vlietinck, Oostende en zijne driejarige belegering.1897, pag 214.

 

Bron: Zwartzusters van Bethel Brugge.
Met info:
Oostende.
1504 Nieuw gasthuis wordt opgetrokken, de bijhorende kapel heeft de H. Laurentius als schutspatroon.
1537 Kapel en gasthuis worden ingezegend door de bischop van Doornik.
1570 De grauwzusters krijgen een subsidie van de stadsmagistraat om lijnwaad en dekens voor de armen te kopen die in het gasthuis logeren. In het gasthuis word de "stadswaag" geplaatst waardoor ze het " recht van maat en schaal" krijgen. het recht "vande ballanche, mitsgaders trecht vande mate ende martghelde" om alle goederen die in de haven van Oostende aankomen, tegen vergoeding te meten en te wegen.
1579 Oostende word verwoest door de Geuzen, en de grauwzusters vluchten met hebben en houden naar het nog door Spanje bezette Sluis.
1583 De Grauwzusters in verbanning vinden een onderkomen in het " Convente van S. Katheryne gheseyt de Maechdaleene" (Ook een Grauwzuster-klooster)

 


 

 

Prinselijk Begijnhof "Ten Wijngaerde" Brugge.

Broodpenning, Prinselijk Begijnhof, Brugge.

"Ten Wijngaerde"

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Diameter: Ø 46 mm.

Massa: Onbekend.

Aanmaakplaats: z.pl. Brugge.

Datering: z.j. Ca. 1727.

 

Voorzijde: Binnen een opstaande boord.

Een staande met nimbus, 

gekroonde en gesluierde St. Elizabeth van Hongrije.

In haar rechterhand, overhandigt ze een muntstuk.

Aan een zittende bijna naakte kreupele, 

die zijn aalmoes-potje vooruit steekt voor ontvangst.

In haar linkerhand, een boek waarop twee kronen rusten.

Omschrift tussen twee gladde cirkels:

 DISPERSIT . DEDIT . PAVPERIBVS

Voluit: Dispersit dedit pauperibus

Wat wil zeggen: Hij die uitdeeld aan armen.

Brief II van Sint-Paulus aan de Korinthiërs, vers 9, hoofdstuk IX.

 

Keerzijde: Binnen een opstaande boord.

Het omschrift tussen twee gladde cirkels:

✠  VINEA . CIVITATIS . BRVGENSIS

Voluit: Vinea civitatis Brugensis.

Wat wil zeggen: De wijnstok van Brugge.

Centraal, een overvloedig dragende wijnstok.

 

Lit.: De Schodt pag. 128, nr.115;  Minard-Van Hoorebeke pag. 161 nr. 248.

 

Minard-Van Hoorebeke heeft deze penning verkeerdelijk aan als Congregatie van St.- Ursela. De afbeelding toont wel degelijk de patrones van het Brugse Begijnhof, "Heilige Elisabeth van Hongarije". 

Aan de Wijngaardbrug , met toeganspoort is een nis toegewijd met het beeld van de H. Elisabeth.  

De drie kronen, één op het hoofd en een dubbele in de linkerhand. 

Vertegenwoordigen de uitdrukking dat zij als maagd, vrouw en weduwe.

Het heilig leven in de hemel verdiende.

Deze penning/méreaux is voornamelijk gewijd aan de verdeling van brood.

Dat wordt genoten door arme vrouwen die in het hospice van het Begijnhof woonden.

Ook andere behoeftigen, van de stad Brugge konden van deze broodbedeling mee genieten.

Deze werden bedeeld na de missen opgedragen aan de overleden Begijnen.

De penning/méreaux werd ook gebruikt om bepaalde verdelingen in de koude wintermaanden te verstrekken aan de armen van de stad.

 


 

 

Klooster "Inghelendaele" 1645

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Klooster-penning Jacobinessen/Dominicanessen.

 

De juiste functie van deze penning is niet gekend.

Doorboring/nagelgat voor ophanging.

Lacune, door gietfout.

 

Materiaal: Lood.

Diameter: Ø 51,5 mm.

Massa: 39,76 gram.

Aanmaakplaats: Brugge.

Datering: 1645.

 

Voorzijde: Binnen een verhoogde gladde boord.

De staande en gevleugelde aartsengel Michaêl, met nimbus.

In de rechterhand, een palmtak.

In de linkerhand, een kroon.

Voor de heilige, een opwaaiend lint.

Gesplitst jaartal 16 / 45 ter weerszijden van de engel.

Omschrift tussen twee gladde cirkels :

  T CLOOSTER . VAN . INGHELENDAELE . ANNO (1645)

Keerzijde: Binnen een verhoogde gladde boord.

De heilige Dominicus, met aureool.

Patroonheilige van de paters Dominicanen.

In de rechterhand, een opengeslagen bijbel.

In de linkerhand, een kruisstaf/Latijns kruis.

Rechts onder de heilige, een liggende hond met een brandende toorts.

De verwijzing naar "Domini canes" de honden van God.

Links onder de heilige, een duivel/demon.

Die het kwaad symboliseerd.

Omschrift tussen twee gladde cirkels :

✠ GHESEYT .  IACOPYNESSEN 

Genaamd Jacobinessen.

 

Lit.: De Schodt RBN (1877) pag. 275 nr. 124.

 

"Domini canes" (Honden van God), verwijst naar de Dominicanen, die zich beschouden als de waakhonden van het geloof; zo waren zij de rechters tijdens de Inquisitie. De zogenaamde Jacobinessen zijn ook Dominicanessen.

 

Domein Engelendale, Inventaris Onroerend Erfgoed.

 

 Het domein Engelendale is de site van het voormalig klooster van de dominicanessen. De naam Engelendale is afgeleid van de legende volgens dewelke op deze plaats engelengezang zou gehoord zijn. 

1291: volgens kloosterkronieken uit de 14de eeuw wordt het klooster gesticht op Driekoningendag 1284 en geeft ridder Balduinus Van Arsenbrouck in 1291 de toelating om op zijn grond een klooster en kerk met begraafplaats te stichten. 

1561-1571: de kaart van Pieter Pourbus toont een vierkante walgracht met daarbinnen een relatief uitgebreide woning nl. een kapel of kerk omringd door een viertal andere gebouwen. 

1578: er wordt uiteindelijk besloten om definitief naar de stad te verhuizen, cf. Jacobinessenstraat. Hetzelfde jaar wordt het klooster door de geuzen verwoest. 

Eind 18de eeuw: het vroegere klooster wordt omgebouwd tot een hoevecomplex met drie hofsteden: “Westersche hofstede, Middelste hofstede, Noordersche hofstede”. 

1770-1778: de kaart van Ferraris geeft een onduidelijk weergave van de walgracht. De schikking van de gebouwen is er nauwelijks op herkenbaar. 

1777-1784: op een plan met de bezittingen van de jacobinessen zijn de verschillende gebouwen te onderscheiden met name een “noordersche”, een “middelste”, “ een westersche”, de kapel, de poort, ... 

1807-1913: de figuratieve kaart, de kaarten van Popp (circa 1842), Vandermaelen (circa 1850) en de topografische kaart van 1913 geven globaal dezelfde situatie. De walgracht wordt niet weergegeven, maar wel de U-vormige opstelling van de gebouwen met ten oosten ervan een langwerpig volume. 

1913: de “noordersche hofstede” wordt afgebroken na 1913.

1989: uitbating van de middelste hofstede als hoeve.