Penning op Victor Jacobs (1881)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

 

Penning op Victor Jacobs (1838-1891), voormalig minister van Financiën.

In het Belgische huis van afgevaardigden.

 

Materiaal: Brons.

Massa: 11,30 gram.

Diameter: Ø 32,5  mm.

Aanmaakplaats: Brussel.
Datering: 1881


Voorzijde: Binnen een gladde boord.

Het gekroond stadswapen, van Brussel.

Omgeven door geknoopte en vruchtdragende lauriertakken.

Boven de platte kroon.

VILLE DE BRUXELLES

Keerzijde: Binnen een gladde boord.

In tien regels:

VICTOR JACOBS / ANCIEN / MINISTRE DES FINANCES / A FAIT ARGENT DE SON NOM / TANDIS QUE / LE BOURGMESTRE DE BRUXELLES / A FAIT ARGENT DE SON BIEN / CHbre DES REPRESENTANTS / SEANCE / DU 8 FEVRIER 1881

 

Lit.: Musée Carnavalet, Histoire de Paris, Nr. ND6687.

 


 

Penning op Eugeen Stroobant (1871)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

 

 

Gedenkpenning op het 25 jarig voorzitterschap, van Eugeen Stroobant.

Toneel-vereniging "De Wijngaard" Brussel.

 

Materiaal: Brons.

Massa: 46,65 gram.

Diameter: Ø 51,2 mm.

Aanmaakplaats: Brussel.

Datering: 1871


Voorzijde: Binnen een opstaande boord.

Een versierde buitencirkel.

Een gekroond wapenschild van de toneelvereniging.

Gelegen op een schildhouder.

Het wapen bestaande uit een gestreept veld,

waarop een druiventros, gesteeld met twee bladeren.

Links versiert met een gebladerde eikentak.

Rechts versiert met een gebladerde lauliertak

Onder het wapen, een mascare-pot, kroon, masker, zwaard, gesloten boeken en olielamp.

Met daaronder een banderol, met de tekst:

GROEIEN EN BLOEIJEN

Onder de samengeknoopte bladertakken.

De initialen van de graveur N D

Omschrift:

DE WYNGAERD TE BRUSSEL

Keerzijde: Binnen een opstaande boord.

In zeven regels.

           TER

     GELEGENHEID

        VAN ZIJN

        25JARIG 

VOORZITTERSCHAP  

    1846 - 1871

   HERINNERING

 

Omschrift:

JUBELFEEST DES HEEREN EUG. STROOBANT.

Versierde takkenkrans tussen een rozet.

 

Lit.: Odis, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d' un flamingantisme démocratique 1840-1873 (1979); Toneel en theaterleven te Brussel na 1830.

 

Historische schets

De Wijngaard is een van de oudste verenigingen van Brussel. Zij voert eveneens de naam van de vroegere rederijkerskamer ’t Mariakranske. De vereniging speelde een belangrijke rol in het Brusselse amateurtoneel en in het ontstaan van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.

 

De dubbele benaming verwijst naar een traditie die eigenlijk teruggaat tot op de vroegere Brusselse rederijkerskamers. Brussel had in de 15e eeuw vier kamers: Den Boeck (1401), De Violier (ca. 1470), De Lelie (ca. 1475) en De Corenbloem (1477). De Lelie genoot het meeste aanzien. In 1499 richtten leden van De Lelie de Broederschap van de Zeven Weeën op. De devotie van Onze-Lieve-Vrouw kende omstreeks 1490 een grote opgang o.m. onder impuls van het Bourgondisch-Habsburgse hof. De Lelie had ook goede relaties met het stadsbestuur en verkreeg hierdoor een bevoorrechte positie ten opzichte van de andere rederijkerskamers. De Violette was niet dom en fuseerden in 1507 maar al te graag met De Lelie. ’t Mariakransken was geboren en de devotie van de Zeven Weeën bleef een rode draad. In 1511 werd ’t Mariakransken onder bescherming van de vorst geplaatst. Na verloop van tijd verwaterde de band tussen de dynastie en ’t Mariakansken, maar de kamer bleef binnen Brussel een geprivilegieerde positie behouden en was gedurende de 16e eeuw de enige Brusselse kamer die mocht deelnemen aan de Brabantse landjuwelen.

 

In de 17e eeuw ontstonden de zogenaamde compagnies. In tegenstelling tot de vroegere rederijkerskamers waren dit gezelschappen die toneelproducties op poten zetten. Enkele van deze gezelschappen waren nieuw, andere waren een voortzetting van reeds bestaande. Tot op vandaag is het niet duidelijk of De Wijngaard uit of naast ’t Mariakransken ontstond. De Wijngaard – met devies Groeien en Bloeien - is alleszins de oudste vereniging van Brussel.

 

De Franse overheersing betekende een tijdelijke stopzetting van de activiteiten, maar onder de Hollandse regering kende De Wijngaard een nieuwe bloei. Meegaande met haar tijd onderging het gezelschap in 1822 een volledige verandering en richtte zich op taal- en letterkunde. Voortaan waren twee departementen elk met eigen statuten actief: een departement Toneelkunde en een departement Letterkunde. Na 1830 raakte de rederijkerskamers in het slop omdat ze van orangisme werden verdacht. Omstreeks 1839 blies de opkomst van de eerste flaminganten zoals Van der Voort De Wijngaard nieuw leven in en de vereniging ‘groeide en bloeide’ uit tot de ontmoetingsplaats van Brusselse flaminganten. Het was De Wijngaard die onder regie van een zeer jonge Felix Vande Sande de eerste openbare Nederlandstalige toneelvoorstellingen sinds de Belgische onafhankelijkheid bracht. De lange geschiedenis en de status van De Wijngaard – met de grote en lange rol van de voorzitter Eugeen Stroobants – maakte haar tot één van de belangrijkste amateurtoneelverenigingen in België.

 

 

Kwantitatieve gegevens

Een tiental jaren na de heroprichting in 1839, beschikte de Wijngaerd over een gezelschap van 25 acteurs, allemaal amateurs, en telt daarbij een honderdtal leden. (Gubin 1979, p. 187)