Penningen type Sint-Andreaskruis.

 

Brugse monetaire méreaux uit de tijd van Breydel en Deconinck.

door Redgy Dewulf.

In de loop van het Archeologisch Congres dat in 1887 te Brugge plaats greep, sprak Alphonse De Schodt, toen voorzitter van het Koninklijk Genootschap voor Numismatiek, onder meer enkele woorden over die méreaus, van verschillende stempel, die op de voorzijde een lelie binnen een randversiering vertonen en op de keerzijde, binnen dezelfde versiering, een gevoet kruis met twaalf bolletjes er rond. Die keerzijde imiteert deze van de Engelse sterlingen (d.i. de Edwardiaanse zilveren penny).

Deze stukken zijn geslagen met de stempel van de koning van Frankrijk.

Ze zullen een gedwongen waarde gehad hebben en een handelswaarde.

Men kan ze dus beschouwen als (pseudo)munten, al zijn ze nog in geen enkele muntcatalogus opgenomen.

 

 

 

De juiste benoeming/ determinatie zou zijn:

 

"Loden monetaire penning Brugge onder Filips IV koning van Frankrijk 1285-1314."

 

Deze penningen werden gebruikt om werklui te betalen die in Brugge aan de vestingen werkten.

Kleine loden penningen werden wel vaker gebruikt voor het betalen van kleinere sommen aan werklieden.

De zilveren munten waren namelijk van te hoge waarde en meer bestemd voor de adel.

Ze werden gemaakt ten tijde van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen.

Brugge werd toen gedomineerd door de koningspartij, de Leliaarts, die zich had onderworpen aan de koning van Frankrijk,

Filips de Schone en zag de stad omgeven door belangrijke versterkingen.

Ze hadden een monetaire waarde en ze circuleerden in Brugge ten tijde van Breydel en Deconinck in de 13de/14de eeuw.

In 1297 was er ene zekere Pierre Harbin die 9.900 kleine loden penningen leverde voor de versterkingswerken:

"Pedro Habin, pro IXm IXe signaculis plumbeis ad opus operis fassati, iiij lb xix s."

 

Deze pseudomunten zijn op meerdere plaatsen aangetroffen, o.a. in Brugge en Damme.

Na verloop van tijd werd hun verspreidingsgebied groter en zijn exemplaren opgedoken in Rijsel en Nederland

 

Verder besluit:

 In navolging van de monétaire penningen (Type "Fleur de lys"), kunnen we constateren dat diverse penningen van het type met het Sint-Anderaskruis die werden teruggevonden in de regio van Brugge.

Een stedelijke Brugse monétaire penning is, onder Filips IV als koning van Frankrijk.

We hebben dan ook, een overzicht aangemaakt met alle tot nu toe gekende varianten.

Het was bijna onmogelijk om alle gevonden penningen op te nemen in deze rubriek/topic. We hebben dan ook de beste stukken gepubliceerd. 

De dubbele of in slechtere staat zijnde penningen, zijn opgeslagen in ons archief.

De Schodt beschrijft eenzelfde penning maar dan aan de zijde met het

Sint-Adreaskruis twee ringen met een parel in het midden en aan de keerzijde zegt hij niets over de parels in de kwartieren. Er zijn geen afbeeldingen, massa of diameters vermeld in het werk van De Schodt.

Er zijn dan ook varianten opgedoken met een St-Adreaskruis, met in de kwartieren de letter B met drie bolletjes, maar eerder een vuurslag/vuurijzer is met drie flints. Verdere studie wordt hier nog over uitgewerkt.

 

Deze pseudomunten zijn op meerdere plaatsen aangetroffen, o.a. in Brugge, Damme, Lapscheure, Sluis tot aan de kuststreek. Zeg maar de loop van de bevaarbare route van Brugge tot aan zee ter hoogte van het Zwin.

 

 

 


 

 

 

Type A

Bodemvondst, Danny Hennekeij.

 

Brugse monétaire penning, type Sint-Andreaskruis.

Onder Filips IV als koning van Frankrijk (1285-1314)

 

De juiste functie/datering voor deze penning is niet gekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 1,65 gram.

Diameter: Ø 15,4 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Brugge.

Datering: z.j. Ca.13e à 14e eeuw.

 

Voorzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Sint-Andreas kruis.

Centraal in het kruis een (passer) punt.

Met boven en onderaan het kwartier in het St-Andreaskruis,

een punt-cirkel.

Keerzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Een lang glad gevoet kruis.

Met in de kwartieren, telkens een bolletje.


Lit: Redgy Dewulf, Twee Brugse monetaire mereaus uit de tijd van Breydel en Deconinck.

A. De Schodt, Résumé historique de la numismatique Brugeoise, Brugge, 1888, pag.43

Pelsdonk 512.

Gezocht en gevonden (2016) pag.79 nr.7.5.6.

 

 

 


 

Type B

Bodemvondst, Arjen Van Den Kerchove.

 

Brugse monétaire penning, type Sint-Andreaskruis.

Onder Filips IV als koning van Frankrijk (1285-1314)

 

De juiste functie/datering voor deze penning is niet gekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: Onbekend.

Diameter: Ø Onbekend.

Aanmaakplaats: z.pl. Brugge.

Datering: z.j. Ca.13e à 14e eeuw.

 

Voorzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

een breed Sint-Andreas kruis.

Centraal in het kruis een (passer) punt.

Met links en rechts het kwartier in het St-Andreaskruis,

een punt-cirkel.

In de bovenste en onderste kwartieren,

telkens drie punten/bolletjes /pellets.

Keerzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Een lang glad kruis.

Met in de kwartieren, telkens een bolletje.

Centraal, een (passer) punt.


Lit: Redgy Dewulf, Twee Brugse monetaire mereaus uit de tijd van Breydel en Deconinck.

A. De Schodt, Résumé historique de la numismatique Brugeoise, Brugge, 1888, pag.43

Pelsdonk 512.

Gezocht en gevonden (2016) pag.79 nr.7.5.6.

 

 

 


 

 

 

 

 

Type C

Bodemvondst, Danny Hennekeij.

 

Brugse monétaire penning, type Sint-Andreaskruis.

Onder Filips IV als koning van Frankrijk (1285-1314)

 

De juiste functie/datering voor deze penning is niet gekend.

Gefragmenteerd aan de rand.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 0,95 gram.

Diameter: Ø 13,9 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Brugge.

Datering: z.j. Ca.13e à 14e eeuw.

 

Voorzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Sint-Andreas kruis.

Centraal in het kruis een (passer) punt.

Met boven en onderaan het kwartier in het St-Andreaskruis,

een glad punt/bol.

Keerzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Een lang glad kruis.

Met in de kwartieren, telkens een bolletje.

Centraal, een (passer) punt.


Lit: Redgy Dewulf, Twee Brugse monetaire mereaus uit de tijd van Breydel en Deconinck.

A. De Schodt, Résumé historique de la numismatique Brugeoise, Brugge, 1888, pag.43

Pelsdonk 512.

Gezocht en gevonden (2016) pag.79 nr.7.5.6.

 

 

 


 

Type D

Bodemvondst, Koen Goeminne.

 

Brugse monétaire penning, type Sint-Andreaskruis.

Onder Filips IV als koning van Frankrijk (1285-1314)

 

De juiste functie/datering voor deze penning is niet gekend.

Gefragmenteerd aan de rand.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: Onbekend.

Diameter: Ø 15 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Brugge.

Datering: z.j. Ca.13e à 14e eeuw.

 

Voorzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Sint-Andreas kruis.

Centraal in het kruis een (passer) punt.

Met boven en onderaan het kwartier in het St-Andreaskruis,

een punt-cirkel.

Keerzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Een lang glad kruis.

Met in de kwartieren, telkens een punt-cirkel.

Centraal, een (passer) punt.


Lit: Redgy Dewulf, Twee Brugse monetaire mereaus uit de tijd van Breydel en Deconinck.

A. De Schodt, Résumé historique de la numismatique Brugeoise, Brugge, 1888, pag.43

Pelsdonk 512.

Gezocht en gevonden (2016) pag.79 nr.7.5.6.

 

 

 


 

Type E

Bodemvondst, Eric Van Den Kerchove.

 

Brugse monétaire penning, type Sint-Andreaskruis.

Onder Filips IV als koning van Frankrijk (1285-1314)

 

De juiste functie/datering voor deze penning is niet gekend.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 1,20 gram.

Diameter: Ø 15,5 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Brugge.

Datering: z.j. Ca.13e à 14e eeuw.

 

Voorzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Sint-Andreas kruis.

Centraal in het kruis een (passer) punt.

De kwartieren, leeg.

Keerzijde: Binnen een gearceerde naar rechts draaiende sierrand,

die een pseudo-legende voorstelt.

Een lang glad kruis.

De kwartieren, leeg.

Centraal, een (passer) punt.


Lit: Redgy Dewulf, Twee Brugse monetaire mereaus uit de tijd van Breydel en Deconinck.

A. De Schodt, Résumé historique de la numismatique Brugeoise, Brugge, 1888, pag.43

Pelsdonk 512.

Gezocht en gevonden (2016) pag.79 nr.7.5.6.