Noodgeld, Stad Gent 1915 (1 Frank)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Noodgeld-penning stad Gent, 

onder Duitse bezetting tijdens de éérste wereldoorlog.

 

Materiaal: IJzeren kern, met laagje messing en koper.

Bewerking: Geslagen.

Massa: 4,05 gram.

Diameter: Ø 23,6 mm.

Aanmaakplaats: Gent

Datering: 1915-1918

 

Voorzijde: Binnen een parelsnoer.

Tussen twee cirkels, het omschrift:

. STAD = GENT .

VILLE DE GAND 

Centraal de gekroonde stedelijke klimmende leeuw naar links gewend.

 

 

 

Keerzijde: Tussen twee cirkels, het omschrift:

REMBOURSABLE =

UITBETAALBAAR = 1.1.1919 =

Tussen twee cirkels een parelcirkel.

Centraal 

1915  I Fr.

 

Lit.: Laurens Aernout,(2019) Catalogus van Belgische Numismatische Uitgiften 1831-2019 Gent pag.392 LA#BLU-GT5.4.

 

Noodmunten

Het Belgische publiek was vrijwel onmiddellijk na de Duitse inval begonnen met het oppotten van zilver- en goudgeld in afwachting van betere tijden. Vanwege de oorlog werden er ook geen munten meer van koper, brons en nikkel geslagen. Deze metalen konden immers gebruikt worden voor de productie van oorlogsmateriaal. Meer dan 600 gemeentebesturen besloten om noodgeld uit te geven om in de grote vraag naar munten te voorzien. Deze noodmunten waren alleen geldig in de gemeente die ze uitgaf.

 

Gents noodgeld

De fabrikant Leon Geeraert bood het Gentse gemeentebestuur in 1915 aan om muntgeld te slaan voor de stad. Hij bood het geld aan tegen een prijs van 13 Frank per 1000 stuks. Het gemeentebestuur ging met zijn voorstel akkoord. Geo Verbanck (1881-1961) kreeg opdracht voor de munt van 1 Frank. Oscar Sinia (1877-1955) maakte het ontwerp voor de 5 Frank. De munten moesten van ijzer zijn. De voorzijde kreeg een laagje messing en de keerzijde een laagje koper.