Laurens van de Haute 1590

Méreau op naam van Laurens van de Haute.

Voogd van het Godshuis Wenemaer.

 

De juiste functie van deze penning is onbekend.

Gefragmenteerd, aan de rand door gietfout.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Bewerking: Gegoten.

Massa: 15,6 gram.

Diameter: Ø 28,1 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Gent.

Datering: 1590. 

 

Voorzijde: Binnen twee lijncirkels.

Het ingedeukt wapenschild van de familie, van den Haute.

Twee vogels/merletten naar links gezeten op een tak. 

Ter weerszijden van het wapen, de cijfers

9 / 0

1590

 

Keerzijde: Binnen twee lijncirkels.

De letters 

L V H

Laurens Vande Haute

met elkaar verbonden, door een kronkelend lint.

Aan de uiteinden van het lint, twee kleine kwastjes.

 

Lit.: https://ojs.ugent.be Laurens van de Haute, een grote vriend van het Wenemaershospitaal pag.329-348.

 

 

 


 

Wenemaerskapel 1631

Méreau Wenemaer kapel.

 

De juiste functie van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Zilver.

Massa: Onbekend.

Diameter: Ø 29 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Gent.

Datering: 1631. 

 

Voorzijde: Binnen een brede gladde boord.

Gelegen op een geciseleerd veld.

Het ingedeukt wapenschild van Willem Wenemaer.

Boven het wapen de datering 

1531

Links en rechts met arabesken versiert

 

Keerzijde: Binnen een brede gladde boord.

Gelegen op een geciseleerd veld.

Het ingedeukt wapenschild van Margaretha 's Bunnen.

Boven het wapen de datering

1631

Links en rechts met arabesken versiert

 

Lit.: STAM Gent, Objectnummer N.01707.

 

Willem Wenemaer, behorend tot de Gentse koopmansgilde, sneuvelde in 1325 aan de Rekelingebrug als aanvoerder van de Gentse militie die als medestanders van graaf Lodewijk van Nevers de opstandelingen van de zogenaamde kustopstand van 1323 wilden insluiten. In 1323 had Wenemaer op het Veerleplein een Godshuis opgericht, hij had daartoe het huis "Het Paradijs" aangekocht, Hij werd begraven in de kapel van het Godshuis. Na zijn overlijden werdt het Godshuis verder bestuurd door zijn weduwe Margaretha 's Brunnen, die op haar beurt na haar overlijden naast haar echtenoot werd begraven. Na de dood van Margaretha ontstond een twist tussen de erfgenamen Wenemaer en 's Brunnen over het eigendomsrecht. Uiteidelijk werden er voogden aangesteld om het Godshuis te leiden. Eind 16e eeuw werd het Godshuis ingrijpend verbouwd en uiteindelijk  in 1867 afgebroken. Enkel de ingangspoort is bewaard gebleven. Hun beider gedenksteen zijn in het museum bewaard, alsmede de lijsyen met de voogden van het Godshuis. Inventarisnummers 2357 en 653.

 


 

 

Wenemaer kapel 1631

Uit de collectie, Gilbert Hoef.

 

Méreau Wenemaer kapel.

 

De juiste functie van deze penning is onbekend.

 

Materiaal: Zilver.

Massa: Onbekend.

Diameter: Ø 28,55 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Gent.

Datering: 1631. 

 

Voorzijde: Binnen een brede gladde boord.

Gelegen op een geciseleerd veld.

Het ingedeukt wapenschild van Willem Wenemaer.

Boven het wapen de datering 

1531

Links en rechts met arabesken versiert

 

Keerzijde: Binnen een brede gladde boord.

Gelegen op een geciseleerd veld.

Het ingedeukt wapenschild van Margaretha 's Bunnen.

Boven het wapen de datering

1631

Links en rechts met arabesken versiert

 

Lit.: STAM Gent, Objectnummer N.01707.

 

Willem Wenemaer, behorend tot de Gentse koopmansgilde, sneuvelde in 1325 aan de Rekelingebrug als aanvoerder van de Gentse militie die als medestanders van graaf Lodewijk van Nevers de opstandelingen van de zogenaamde kustopstand van 1323 wilden insluiten. In 1323 had Wenemaer op het Veerleplein een Godshuis opgericht, hij had daartoe het huis "Het Paradijs" aangekocht, Hij werd begraven in de kapel van het Godshuis. Na zijn overlijden werdt het Godshuis verder bestuurd door zijn weduwe Margaretha 's Brunnen, die op haar beurt na haar overlijden naast haar echtenoot werd begraven. Na de dood van Margaretha ontstond een twist tussen de erfgenamen Wenemaer en 's Brunnen over het eigendomsrecht. Uiteidelijk werden er voogden aangesteld om het Godshuis te leiden. Eind 16e eeuw werd het Godshuis ingrijpend verbouwd en uiteindelijk  in 1867 afgebroken. Enkel de ingangspoort is bewaard gebleven. Hun beider gedenksteen zijn in het museum bewaard, alsmede de lijsyen met de voogden van het Godshuis. Inventarisnummers 2357 en 653.