Maximiliaan van Oostenrijk/Filips de Schone 1490

Bodemvondst, Peter van Dipten.

 

Legpenning op Maximiliaan van Oostenrijk en Filips de Schone.

 

De juiste functie van deze legpenning is niet gekend.

 

Materiaal: Zilver (Ag)

Massa: 16 gram.

Diameter: Ø 30 mm.

Aanmaakplaats: Antwerpen.

Datering: 1490

 

Voorzijde: Binnen twee gladde cirkels, het omschrift.

Herkruist kruismΛXImLIAn : ROmANO : RЄX : Ƶ : VnGARIЄ : DALmACIЄ : CROΛ

Maximiliaan,  Rooms koning van Hongarije, Dalmacië en Kroatië.

Interpunctie, van twee boven elkaar geplaatste kruisjes.

Centraal op het veld,

Het gekroond wapenschild, van Maximiliaan I van Oostenrijk.

Op het veld, adelaar naar links (wapen van Oostenrijk)     

De kroon getopt met een rijksappel.

Gesplitst jaartal, ter weerszijden van het wapen.

       14 / 90

Keerzijde: Binnen twee gladde cirkels, het omschrift.

. Ph'I : ΛRChIDVCIS : ΛVSTRIЄ : DVX : BURGVnDIЄ : BRABΛ : Ƶ 

Philips aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondië en Brabant enz.

Interpunctie, van twee boven elkaar geplaatste kruisjes.

Centraal op het veld,

Het Bourgondisch wapenschild van Filips de Schone, hangend aan een lint.

Getooid met een toernooihelm, met afhangend helmkleed.

Een kroon als helmtooi.

 

Lit.: Variant op, Dugniolle 413a.

 

Deze legpenning geslagen in Antwerpen, is vervaardigd in functie  van de aanstelling van Maximiliaan in 1490 als regerend aartshertog van Opper-Oostenrijk.

De keerzijde is draagt de titels van zijn jongste zoon Filips de Schone

(°1478 -† 1506) deze erfde de Bourgondische Nederlanden van zijn overleden moeder (°1457-† 1482) Maximiliaan I van Oostenrijk trad op als regent.

Deze zilveren penning, is het enige gekende exemplaar.

Soortgelijke afslagen zijn gekend in koper.

 

 

 


 

Hans van der Broeck 1559

Enkelzijdige penning op Hans van der Broeck.

Administrateur van de hospitalen te Antwerpen.

 

Uitgebroken pengat.

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 29,58 gram.

Diameter: Ø 57 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Onbekend.

Datering: 1559

 

Voorzijde: Binnen een parelcirkel.

Het borstbeeld van Hans van der Broeck naar rechts.

Gekleed in ambtelijk gewaad.

Omschrift:

HANS . VANDÊ BROECK . ÆT . 31 . A° . I559 

Hans van der Broeck, oud 31 jaar in het jaar 1559

 

Keerzijde: Blanco.

 

Lit.: G. van Loon, Beschryving der Nederlandsche historiepenningen pag.353.

Rijksmuseum Amsterdam Identificatie NG-VG-1-320.

 

 


 

Burgemeester Antoon van Stralen 1565

Penning op Antoon van Stralen, als burgemeester van Antwerpen.

 

 

Materiaal: Zilver (Ag)

Massa: 36,75 gram.

Diameter: Ø 53 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Onbekend.

Datering: 1565

 

Voorzijde: Binnen een parelcirkel.

Het borstbeeld van Antoon van Stralen naar rechts.

Gekleed in ambtelijk gewaad, en omhangen met een ketting.

In de schouderafsnede

 ÆT.XLIIII. 

Omschrift:

ANTONI A STRALE DVS DE MERXEM ET DAMBRVGGE

Antoon van Stralen, heer van Merksem en Dambrugge.

Keerzijde: Binnen een parelcirkel.

Staande in zee op een Jacobsschelp met een Rijksappel.

De godin Venus met een zeil.

Omschrift:

 VIRTVTE . / ET CONSTANCIA

Moed en standvastigheid. 

 

Lit.: Teylers Museum, Objectnr.TMNK 00178

Anton van der Lem, Universiteit Leiden Biografie Antoon van Stralen.

 

Antoon van Stralen Antwerpen, °1521 - Vilvoorde, 24 september 1568

Burgemeester en schepen van Antwerpen, commissaris van de Staten-Generaal

Biografie

Antoon van Stralen was de zoon van Gosewijn van Stralen, ridder, en Anna Draeck, afkomstig uit een van de oudste patricische geslachten van Antwerpen. In 1549, op 28-jarige leeftijd, werd hij voor het eerst schepen van de stad. Van 1552 tot 1567 maakte hij deel uit van het Antwerpse stadsbestuur: in de jaren 1555-1557, 1561 en 1565 als burgemeester, in de andere jaren als schepen. Vooral door zijn financieel talent trok hij de aandacht, waardoor hij in 1564 benoemd was tot thesaurier. Zijn gaven op dit terrein brachten hem in de landelijke politiek, eerst die van Brabant, daarna die van alle gewesten. In 1557 stelde hij voor dat Brabant een superintendant voor de financiën zou aanstellen, ter controle van de te ontvangen en te betalen gelden. Dit voorbeeld werd weldra door de andere gewesten nagevolgd. In 1558 stemden de Staten-Generaal in met de negenjarige bede, op voorwaarde dat zij zelf het toezicht op de inning en besteding zouden uitoefenen. De toenmalige landvoogd, Emanuel-Filibert van Savoye, drong toen aan op de aanstelling van een commissaris-generaal van de financiën. Gezien zijn ervaring op dit terrein werd Antoon van Stralen met deze taak belast. Op 12 mei 1558 werd zijn instructie opgesteld en op 14 mei legde hij de eed af. Uit hoofde van deze functie verbleef Van Stralen dikwijls bij het front in de oorlog tegen Frankrijk, om juist in de oorlogvoering vat te houden op de besteding van de middelen. Een jaar later kon hij de Staten-Generaal een begroting voorleggen van 2.400.000 ponden. De gewisheid dat de gelden nu beter geïnd en besteed werden, had een voortdurend overleg tussen de gewestelijke Staten tot gevolg, zeer tot ongenoegen van Filips II en Granvelle. De gecoördineerde samenwerking had tot gevolg dat het krediet van de Staten steeg, terwijl dat van de koning navenant daalde. Toen Filips II naar Spanje wilde terugkeren, was zijn financiële positie zo slecht, dat hij zich gedwongen zag bij Van Stralen een lening te sluiten van 400.000 gulden. De particuliere rijkdom van Van Stralen leidde onvermijdelijk tot insinuerende opmerkingen dat hij zichzelf uit de algemene middelen zou hebben verrijkt, zoals Granvelle eens suggereerde aan de koning (10 maart 1566).
            Toen in juli 1566 Oranje naar Antwerpen kwam om er op last van de landvoogdes de orde te bewaren, was Van Stralen als schepen van de stad de directe medewerker van de prins. Agenten van Granvelle gaven Antoon van Stralen als bijnaam de tiran van Antwerpen. Hoewel zelf katholiek was Van Stralen tolerant ten opzichte van andere godsdiensten. Na de beeldenstorm wilde hij met de prins van Oranje een toenadering tot stand brengen tussen de katholieken en lutheranen. Hij meende dat alleen een bijeenkomst van de Staten-Generaal een oplossing kon bieden in de religieuze problemen. Met Oranje was hij de opsteller van de godsdienstvrede zoals die te Antwerpen op 2 september 1566 was afgekondigd. Tijdens de crisis van 13 tot 15 maart 1567, naar aanleiding van de Slag bij Oosterweel, wist hij met Oranje de calvinisten onder de duim te houden. Het akkoord dat Oranje en Van Stralen toen met het consistorie van de calvinisten sloten om erger te voorkomen, vond echter geen genade in de ogen van de landvoogdes. Van Stralen zag zich dan ook genoodzaakt om een rechtvaardiging van zijn handelen bij haar in te dienen. 
            Hoewel Van Stralen nauw met Oranje had samengewerkt, zag hij er geen heil in het voorbeeld van de prins te volgen toen deze het land verliet. Van Stralen meende telkens in opdracht van het stadsbestuur en de prins van Oranje gehandeld te hebben. Hij zou de eerste arrestant van de hertog van Alva worden. Aanvankelijk liet Alva geen arrestaties verrichten, vooral om eerst de graaf van Horne naar Brussel te lokken. Toen deze eenmaal in Brussel was, werden op 9 september de graven van Egmond en Horne, Van Stralen en de secretarissen van Egmond en Horne gearresteerd. De graaf van Lodron diende zich eerst van Van Stralen in Antwerpen meester te maken, waarna in Brussel de arrestatie van de anderen zou plaatsvinden. Het nieuws van zijn arrestatie wekte grote beroering in de Scheldestad. Voor veel kooplieden en handwerkslieden was dit het signaal om de stad te verlaten. Een delegatie van het stadsbestuur vertrok onmiddellijk naar de hertog van Alva om op basis van de privileges van de stad de vrijheid van Van Stralen te verkrijgen. Vergeefs. Op 25 september werd Van Stralen overgebracht van Lier naar de Treurenberg te Brussel.     
            Alva belastte Vargas, Del Rio en Hessels met het verhoor van Van Stralen. Op 26 maart 1568 achtte Alva de antwoorden van Van Stralen onvoldoende en gelastte hij dat er zwaardere middelen gehanteerd moesten worden: geen water meer geven, aan een touw ophangen, en dergelijke meer. Tegelijkertijd liet hij Antwerpen weten dat de stad zich niet diende te bemoeien met de confiscatie van de goederen van Van Stralen. Eind juni 1568 werd hij naar Vilvoorde overgebracht. Daar werd Van Stralen het slachtoffer van de wreedheden van Del Rio en met name Vargas. Deze laatste liet speciale martelwerktuigen maken, zodat zelfs Del Rio het niet langer kon aanzien en zich wenend afwendde. Op 11 augustus volgde het vonnis van de Raad van Beroerten, in feite van Vargas en Del Rio: de doodstraf en verbeurdverklaring van zijn bezittingen. Op 22 september nam Alva dit oordeel over en veroordeelde hij Van Stralen tot onthoofding met het zwaard. Het werd te Vilvoorde op 24 september 1568 voltrokken.

 


 

Margaretha van Kalslagen 1574

Enkelzijdige penning op Margaretha van Kalslagen echtgenote van Joachim Polites, griffier van Antwerpen. 

 

Materiaal: Lood/tin legering.

Massa: 51,1 gram.

Diameter: Ø 68 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Onbekend.

Datering: 1574

 

Voorzijde: Binnen een parelcirkel.

De buste van Margaretha Coppier van Kalslagen naar links.

Gekleed in weelderige kledij en rijkversierde muts.

Omschrift.

MARGA ⊱ A ⊱ CALSLAGEN ⊱  /  IOAC ⊱ POLITÆ CONIVNX

Margaretha van Kalslagen, echtgenote van Joachim Polites.

 

Keerzijde: Blanco.

 

Lit.: Rijksmuseum Amsterdam Identificatie NG-VG-1-398.

J. Pelsdonk , De Heldin van Antwerpen. Blog. TMNK 00227.

 

Margaretha kwam niet uit Antwerpen, maar was een ‘Hollandsche Juffer’. Ze was rond 1516 geboren, waarschijnlijk in Alphen aan den Rijn, waar haar vader ambachtsheer was. Haar ouders waren Jacob Coppier en Margaretha van Rhoon. Omdat haar vader tevens heer van Kalslagen was noemde Margaretha zich op de penning blijkbaar ‘Van Kalslagen’ en niet ‘Coppier’. Ze is twee keer gehuwd geweest. Haar eerste man, Joachim Burgher (gelatiniseerd tot Polites) (?-1569), wordt eveneens op de penning genoemd. Hij was geleerde, dichter en griffier van Antwerpen. Na zijn dood huwde Margaretha met Joachims collega Guillaume Martini (?-1629), die tevens lid van de Raad van Brabant was. Beide huwelijken bleven kinderloos en Margaretha overleed in 1597, op ongeveer tachtigjarige leeftijd te Breda. Net als haar halfbroer Andries Coppier steunde Margaretha de opstand tegen het Spaanse gezag. Zij woonde in Antwerpen toen Willem van Oranje in 1574 het plan had opgevat om de stad aan te vallen. De plannen lekten echter voortijdig uit en enkele mensen – waaronder Andries – werden opgepakt en gemarteld. De Spanjaarden probeerden zo meer namen naar boven te krijgen. Daarop werd de stad van de buitenwereld afgegrendeld en – tevergeefs – grondig doorzocht. Op dat moment bevonden zich in het huis van Margaretha de drie aanvoerders Maarten Neyen (?-?), Nicolaas Ruykhaver (circa 1535-1577) en Margaretha’s  halfbroer Josua van Alveringen (circa 1535-1576). Joshua was een van de aanbieders van het Smeekschrift der Edelen aan Margaretha van Parma in 1566. Naar verluidt kon Margaretha de drie mannen nét op tijd verbergen; Van Alveringen en Ruykhaver in een tafelkast en Neyen in de schouw. Zij hield zich kranig terwijl de Spanjaarden nota bene op dezelfde tafelkast een tekst opstelden waarin ze een beloning van vele honderden guldens uitloofden op de hoofden van Neyen, Van Alveringen en Ruychaver. Na het vertrek van de Spanjaarden konden de heren de stad ontvluchten; dankzij Margaretha werd verder bloedvergieten voorkomen.

 


 

 

Spotpenning op burgemeester Van Put (1868)

Uit de collectie, Paul Callewaert.

 

Spotpenning op burgemeester Jozef Cornelis Van Put, Antwerpen.

 

Materiaal: Brons.

Massa: 8,40 gram.

Diameter: Ø 30 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Antwerpen

Datering: 1868.

 

Voorzijde: Binnen een opgehoogd boordje.

De buste van burgemeester Van Put, naar links gewend.

Omschrift:

Z . E . VAN PUT . B . D . G . G . VOORZITTER .

De initialen Z.E. staan voor Zijne Eminentie of Excellentie.

De afkorting B.D.G.G. staan voor Bij De Gratie Gods.

Keerzijde: Binnen een opgehoogd boordje.

Liggend op een kruis, van een bisschopsstaf en kruisstaf.

Het wapenschild van Antwerpen, getooid met een barret.

Rond het schild, een paternoster.

Onder het wapen een sierlijke banderol.

VIVE LES COUVENTS

Lang leve de kloosters.

Omschrift:

GEMEENE BEEST VAN ANTWERPEN 

                ★ 1868 

 

Lit.: Mailliet, pag. 234 nr. 8300; Archive ugent A38D3BA8-358C-11E1-BE5F-0B403B7C8C91; Linda Everaert en Hendrik Van Caelenberghe, Het 'Gemeene beest van Antwerpen'.

 

Zeer interessant artikel over deze penning, kan men lezen op:

Linda Everaert, Het 'Gemeene beest van Antwerpen' academia.edu

 


 

Penning op burgemeester Jozef van Put (1868)

Uit de collectie, Paul Vekemans.

 

Spotpenning op burgemeester Jozef Cornelis Van Put, Antwerpen.

 

Materiaal: Tin (Sn).

Massa: 8,93 gram.

Diameter: Ø 30 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Antwerpen

Datering: 1868.

 

Voorzijde: Binnen een opgehoogd boordje.

De buste van burgemeester Van Put, naar links gewend.

Met opstaande versierde kraag.

Omschrift:

Z . E . VAN PUT . B . D . G . G . VOORZITTER .

De initialen Z.E. staan voor Zijne Eminentie of Excellentie.

De afkorting B.D.G.G. staan voor Bij De Gratie Gods.

Keerzijde: Binnen een opgehoogd boordje.

Liggend op een kruis, van een bisschopsstaf en kruisstaf.

Het wapenschild van Antwerpen, getooid met een barret.

Rond het schild, een paternoster.

Onder het wapen een sierlijke banderol.

VIVE LES COUVENTS

Lang leve de kloosters.

Omschrift:

GEMEENE BEEST VAN ANTWERPEN 

                       ★ 1868 

 

Lit.: Mailliet, pag. 234 nr. 8300.

Archive ugent A38D3BA8-358C-11E1-BE5F-0B403B7C8C91.

Linda Everaert en Hendrik Van Caelenberghe, Het 'Gemeene beest van Antwerpen'.