Obiit op Cornelis Lantschot 1656

Obiit/overlijdenspenning op Cornelis Lantschot.

Koopman en financier te Antwerpen. 

 

Gegraveerde uitvoering. 

 

Materiaal: Messing.

Massa: 18,8 gram.

Diameter: Ø 31 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Antwerpen.

Datering: 1656

 

Voorzijde: Binnen twee gladde cirkels.

Het wapenschild van de familie Lantschot.

In goud, een schildhoofd van zilver, beladen met drie merlettes in keel.

Een merlette staat voor een kleine zwarte vogel (merel/zwaluw) 

maar zonder bek of poten.

Op het veld, het gegraveerd volgnummer 

44

Centraal, een (passer) punt.

 

Voorzijde: Binnen twee gladde cirkels.

In vier regels.

   OBIIT

      ★

 CORNELIS

LANTSCHOT

      ★

 A° 1656

Cornelis Lantschot, overleden in het jaar 1656

Centraal een (passer)punt. 

 

Cornelis Lantschot , werd bijgezet in het graf van zijn ouders, in de Sint-Jacobskerk. Zijn volledig fortuin (229.100 florijnen en met een intrest van 8.670 florijnen en 6 sous) werd nagelaten aan de armen van Antwerpen. 

In deze St-Jacobskerk stichte hij in de kapel van "Heilige Naam Jezus", een gedenkdag met uitdelingen tijdens Pasen, Pinksteren, Allerheiligen en Nieuwjaar, met porties die bestonden uit 5 pond roggebrood, 4 pond tarwebrood en een pond Hollandse kaas.

Het Godshuis Cornelis Lantschot werd in 1656 bij testament opgericht door de koopman en financier Cornelis II Lantschot (°1572-1656). Na de aankoop in 1658 van het grondstuk met huizen waaronder het “Hoefijserken” aan de Falconrui, kwam het godshuis in 1658-1659 tot stand. Het omvatte twaalf huisjes voor oude mannen rond een binnenplaats, en een kapel met sacristie die omwille van de toen heersende pestepidemie toegewijd werd aan de Heilige Rosalia. Het beheer van het godshuis vertrouwde de stichter toe aan de Armenkamer, die de armenzorg binnen de stad Antwerpen organiseerde. In de Franse tijd werd het godshuis ingelijfd bij het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen, en huisvestte na 1862 vijftien echtparen. De kapel die aanvankelijk ter beschikking was gebleven voor de eredienst, werd vanaf 1833 verhuurd als kunstenaarsatelier of pakhuis, en huisvestte vanaf 1899 de kunstenaarsvereniging “De Kapel”, opgericht door François Franck. Vanaf 1929 diende de kapel als atelier voor de beeldhouwer Ernest Wijnants, die in 1941 werd opgevolgd door de beeldhouwer Willy Kreitz, tot diens overlijden in 1982.

 

Lit.: Rene Hubert, Cornelius Lantschot (1573-1656)

Joseph de Beer, Méreaux Anversois (1929) pag.118-120 nr.59 pl.X.

 

 


 

Antonius Devries 1827.

Obiit/jaargetijdepenning voor kanunnik Antoine-Charles-Philippe Devries. 

 

Materiaal: Messing.

Bewerking: Gegraveerd.

Massa: Onbekend.

Diameter: Ø 40,2 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Antwerpen.

Datering: z.j. 1827 en verder.

 

Voorzijde: Gelegen op een glad veld.

In zes regels gegraveerd.

           BID
    VOOR DE ZIELE 
            VAN

 ANTONIUS DEVRIES

             EN

       FAMILIE

Keerzijde: Gelegen op een glad veld.

Het gegraveerd volgnummer.

                   51

 

Lit.: Joseph de Beer, RBN 1929 Méreaux Anversois pag.109-110 nr.51 pl.VIII 51.

 

Antoine-Charles-Philippe Devries, geboren te Antwerpen, werd geïnstalleerd als kanunnik op 19 oktober 1789, hij stierf te Borgerhout op 19 december 1827, tweeënzeventig en elf maanden oud. Hij was de begunstigde van de tiende prebend van de kanunniken aan het Saint-Pierre-altaar (Saint-Jacques-collegiale kerk). In 1802 vinden we hem terug als directeur van de Confrérie des Ames du Purgatoire de Saint-Jacques.(Broederschap van de Zielen van het Vagevuur van St-Jacobs) Bij zijn dood stichtte hij een jaargetijde met de verdeling van brood aan de armen. In de literatuur van de Beer, is een penning gekend met het volgnummer 19.