50 Dammenaar 1982

Uit de collectie van, Paul Callewaert.

 

Touristische penning voor de stad Damme.

 

Materiaal: Nikkel/messing.

Massa: 7,77 gram.

Diameter: 30,3 mm.

Datering: 1980

 

 

Voorzijde: Binnen drie gladde cirkels.

Een op de knieen gezeten jonge langharige knaap.

Voor zich, een duivelshond vasthoudend.

Links het stadhuis van Damme.

Omschrift in gotische letters:

DAmmЄ 1464 1982 

50 DAmmЄnAAR

Omschrift in de buitenste baan:

IN OMLOOP TE DAMME VAN 14.05 TOT 31.08.1982

AEDIFICATA 1464  RESTAURATA 1982

Gebouwd in 1464 en gerestaureerd in 1982

Keerzijde: Binnen drie gladde cirkels.

Het wapenschild van de stad Damme.

Schild met dwarsbalk beladen met een hond.

In het schildhoofd, drie lelies.

Het wapen gehouden door twee schildhouders, staande in een schuit.

Varend op de golven.

Versiert met bloeiende takken.

Omschift van het vierde zegel ("ad causas") 1371-1553 :

✠ SIGILLVSCABInORVVILLЄ DЄ DAm

AD CAVSAS ЄT nЄGOTIA nOn AD COnTRACTVS

Verzegel alle getuigenissen van de stad Damme om zakelijke redenen en te contracteren.

 

 

 

De duivelshond tooit tot op de dag van vandaag nog steeds het stadswapen van Damme.

De oorsprong van de vlag en het wapenschild van de stad vinden hun oorsprong in de legende. Damme heette vroeger Hondsdamme, dat eigenlijk van 'honte' komt. Honte is een oud woord voor een modderig gebied aan de monding. Aan de verbastering tot 'hond' werd achteraf een legende gehangen.

 

Aan het begin van de 12de eeuw, toen Damme nog niet Damme was, probeerden de bewoners hun landerijen en huizen tegen het wassende water te beschermen. Ze bouwden dijken en dammen. Op een nacht hoorden ze een door merg en been gaand gehuil. Een watergeest in de gedaante van een grote ontketende hond doemde uit het water op en joeg de latere Dammenaars de stuipen op het lijf. Het gehuil hield drie dagen en drie nachten aan. 

 

Toen stak een hevige storm op en joeg de latere Dammenaars de stuipen op het lijf. Het water stroomde weg door de bres en de bevolking wees de duivelshond met de vinger. De dijkenbouwers wilden hun werk niet verloren zien gaan en vingen de hond. Ze sloegen hem de kop in en wierpen hem in de dijkbres. De wind luwde en de dijk hield stand. Damme was gered.